default-header

Aanplant Tips&Tricks

 

Jute doek of potten       

Het is belangrijk om de jute doek om de wortels niet te verwijderen bij de aanplant. Bij een draadkluit hoef je de draad en de jute doek niet te verwijderen. De dikste draad bovenop de kluit mag je na de aanplant doorknippen, dit voorkomt ingroeien. De jute doek verteert en de draad roest voor 100% weg, dit is niet schadelijk voor het milieu.

Plastic potten dienen wel altijd verwijderd te worden. Gooi deze, indien mogelijk, bij het afval voor plastic zodat het gerecycled kan worden.

 

Plantgaten of plantsleuf

Graaf een plantgat of sleur die ongeveer 10 cm breder is dan de kluit.
Gemiddeld genomen kun je het beste een plantgat maken van 50 cm breed en 30 cm (één spade) diep.

Planthoogte 100-125 cm en 125-150 cm

Kluit doorsnede 35 cm en hoogte 30 cm

Planthoogte 150-175 cm en 175-200 cm

Kluit doorsnede 40 cm en hoogte 30-35 cm

Planthoogte 200-25 cm

Kluit doorsnede 40-50 cm en hoogte 30-35 cm

 

Aanplanten

  • Maak de bodem van het plantgat los met de spade en zet de planten in de sleuf.
  • Zet eerst een aantal planten voor het berekende aantal meter in de sleuf zodat je beter in kunt schatten hoe je de planten neer gaat zetten.
  • Zorg dat de bovenkant van de kluit gelijk is met het maaiveld. Het is dus belangrijk de kluit niet te diep te zetten (een paar centimeters maakt geen verschil, maar 10 of 20 cm te diep wel).
  • Draai de mooiste kant van de plant naar de tuin of het terras.
  • Kijk van een afstand of de planten naar tevredenheid staan.
  • Maak vervolgens de sleuf voor 60% dicht en stampen de grond goed, met lichaamsgewicht, aan. Probeer de plant netjes recht te zetten.
  • Zet de sleuf vol met water, de kluiten en de toegevoegde grond zuigen zich helemaal vol met water. Nu sluit de toegevoegde grond goed aan op de kluit waardoor de wortels meteen aan kunnen groeien. Zo voorkom je uitdroging.
  • Als de sleuf na een à twee uur opgedroogd is, kan de sleuf helemaal dicht en worden afgewerkt.
  • Leg de druppelslang boven op de wortels, zorg dat de druppelslang niet geknikt is. Of maak een watergeefrand, zodat het water niet weg stroomt.
  • Als laatst strooi je na aanplant biologische mestkorrels, een handvol of een drinkglas per plant.

 

Compost of tuinaarde toevoegen

Heb je last van schrale grond dan adviseren wij compost of tuinaarde te verwerken bij de aanplant van de haag. Deze kun je mengen met de grond die je uit het plantgat gehaald hebt. Om planten een goede start te geven is het verstandig om bij de aanplant compost of tuinaarde toe te voegen. Bij goede grond is het voldoende om na de aanplant biologische mestkorrels te verwerken.

 

Planten vastzetten aan een lijn

Het komt niet snel voor dat haagplanten omwaaien. Staan de planten op een (open) plek waar de wind de vrije hand heeft, dan adviseren we om planten vanaf 160 cm vast te zetten aan een lijn.
Hiervoor kun je boompalen gebruiken waaraan je een ijzeren draad bevestigt. Indien mogelijk maak je de lijn aan de andere zijde waarvan de wind vandaan kan komen. Wanneer het dan hard waait, dan waaien de planten tegen de lijn aan.

 

Snoeien na aanplant

Wij adviseren om planten te snoeien volgens de informatie die we geven. Deze kun je per plant vinden op de productpagina. Planten kun je alleen na de aanplant snoeien indien het niet meer gaat vriezen. Enkele takken wegknippen na de aanplant is helemaal geen probleem.

 

Water geven

Het is erg belangrijk om na de aanplant de planten water te blijven geven. Op onze informatiepagina verzorging vind je een schema die je kunt gebruiken voor het watergeven van de planten.